Focus is het nieuwe IQ, zei Lieven De Marez me ooit in een interview. Het is een chargerende manier om te zeggen dat de strijd om je aandacht is losgebarsten in onze samenleving en wie zijn aandacht erbij kan houden voor de zaken die er toe doen, kan uitblinken.
De winnaar van onze aandacht is nog heel vaak de smartphone omdat hij bewust is ontworpen om dat te doen: blinkende notificaties, roodgloeiende badges en bliepende geluiden trekken ons naar het scherm. We willen checken wat voor weer het wordt, om te zien of we een dikke jas moeten aandoen, en we eindigen een kwartier later op Tiktok, doelloos rond scrollend. De trein is vertrokken.
Het helpt dan ook niet dat zowel ons werk als ons privéleven meer en meer verbonden worden met digitale middelen. Je agenda, vroeger zo’n boekje in je binnenzak, staat nu op je smartphone. Het boodschappenlijstje is een app geworden. De krant lees je op je iPad. Heel veel kenniswerk is op een computer te doen, waar ook Facebook, Instagram en nieuwssites zeer makkelijk te bereiken zijn en je afleiden. Het maakt dat je vaak moet vechten om je focus te houden op de taak voor handen. Ikzelf heb bijvoorbeeld een tool geïnstalleerd die voor een bepaalde tijd specifieke websites blokkeert zodat ik tegengehouden word, als ik weer onbewust, uit automatisme, naar Facebook of Twitter surf.
Ook in het onderwijs voeren ze de strijd om de aandacht van de leerling. Het recente smartphoneverbod wil daarbij helpen. Maar is dat genoeg?
Want met de Digisprong zijn de digitale middelen met bakken binnengesmeten in ons onderwijs. De laptops of chromebooks zijn nu, zeker in het secundair, onderdeel van de basisuitrusting van de leerling. Wat ook impliceert dat die volop gebruikt wordt in de les.
Maar is dat wel altijd zo opportuun?
Ik denk dat we de lat te laag leggen voor het gebruik van digitale middelen. Want digitale middelen komen ook met een kost. Ze zijn afleidend, vaak multifunctioneel, waardoor je soms als leerkracht vecht tegen de bierkaai. Daarom moeten we zeer goed en doordacht nadenken wanneer en hoe we die digitale middelen inzetten. En die lat mag best hoog liggen. De toetssteen zou volgens mij moeten zijn: kan het gebruik van dit digitale middel een grote(re) meerwaarde zijn voor het leren van de leerling.
Dat wil zeggen dat enkel een praktische meerwaarde voor mij niet telt. Een concreet voorbeeld is het gebruik van een correctiesleutel. Vroeger had de leerkracht deze x-aantal keer afgedrukt, geniet tot een bundeltje en kon je dan als leerling als je klaar was met wat oefeningen deze vooraan in de klas gaan halen om dan je oefenigen te verbeteren. Dit is nu iets wat we kunnen vervangen door een digitaal middel. Via de smartphone of de chromebook kan de leerling dan op Smartschool de verbetersleutel vinden en verbeteren. Maar dit brengt risico’s mee: tijdens het zoeken naar de verbetersleutel kan een leerling afgeleid raken door nieuwe punten, een binnenkomend bericht of een ingeplande taak. Om nog maar te zwijgen van de vele meldingen die ze dan te zien krijgen van sociale media. Die afleiding is nefast voor het leren. Onderzoek toonde aan dat afleiding ten gevolge van smartphonegebruik ervoor kan zorgen dat het tot 20 minuten duurt voor leerlingen weer volledig gefocust zijn op de leeractiviteit.
20 minuten.
Kortom, de lat ligt te laag om dit uit te besteden aan een digitale tool. De meerwaarde moet groot genoeg zijn en vooral groter zijn dan wat papier kan aanbieden. Je zou misschien wel kunnen stellen dat we papier zijn gaan onderwaarderen en het digitale scherm overwaarderen. Verbeteren aan de hand van een pdf op je computer heeft geen meerwaarde voor leren ten opzichte van een afgedrukt bundeltje.
Is dit een pleidooi tegen digitale middelen? Nee, zeker niet. Er zijn zeker digitale middelen die een meerwaarde kunnen zijn tot leren, maar de lat ligt hoog.
We kiezen te vaak voor de gemakkelijkste weg en geven het praktische voordeel voorrang boven het aandachtsnadeel. Dat mag niet: leren moet centraal staan. Tijdswinst kan een argument zijn, maar die winst vervalt als het daarna gemiddeld twintig minuten duurt voor leerlingen weer gefocust zijn.
We moeten ons afvragen of de digitale middelen juist gebruikt worden en niet gewoon als vervanger voor papier ingezet worden. Net zoals toen het digibord zijn intrede deed in het klaslokaal het initieel ook gewoon als een heel dure beamer gebruikt werd.
De vraag die ik hier luidop stel over het gebruik van digitale middelen kan je misschien ook wel stellen over jouw werkplaats. Want ook in je bedrijf, op je kantoor of aan je werktafel, wordt er gevochten om je aandacht. Denk er dus over na of het slim is om als bedrijf ‘paperless’ te gaan. Is het sterk om vanaf nu alles op je iPad te lezen en niets meer af te drukken of zorgt dat er eigenlijk voor dat je constant afgeleid bent door meldingen en nieuwsberichten? Het praktische, het duurzame is een argument, maar niet het sterkste, als het gaat over productiviteit, effectiviteit en focus.


Plaats een reactie